FB serie ingang type event PID regeling en communicatie instellen

De instellingen van de RKC Instrument FB serie proces/ temperatuur regelaar zijn het eenvoudigst uit te voeren met de COM-KG configuratie tool in combinatie met de gratis PROTEM2 software (deze software bevat ook functionaliteit voor grafische trending voor PID regeling optimalisatie).

Deze online instructie toont hoe instellingen handmatig via het FB display aangepast kunnen worden. Ook worden korte instructievideo’s getoond om het instellen makkelijker te maken.

Van elke parametergroep wordt kort beschreven wat de parameters betekenen.

– Brochure FB100 serie
– Brochure FB400/900 series
Instruction Manual FB series

RKC FB series
geavanceerde proces & temperatuur regelaar

Uitleg over de bedieningsknoppen op het FB regelaar display

Als voorbeeld wordt de FB100 getoond, de andere grotere versies van de FB regelaar zijn op dezelfde manier te bedienen.

In deze online instructie zullen we gebruik maken van de 4 onderste knoppen op de FB regelaar. Hiermee kunnen we waardes in de regelaar veranderen:

  • <MODE knop: het knipperende getal geeft aan welk deel van de waarde kan worden aangepast. Door op de <MODE knop te drukken wordt een ander getal gekozen.
  • \/ en /\ knoppen: worden gebruikt om de knipperende waarde te verlagen of verhogen.
  • SET knop: de waarde die is veranderd met de \/ en /\ knoppen is nog niet opgeslagen. Om de waarde op te slaan moet binnen 1 minuut na het wijzigen van de waarde op de SET knop worden gedrukt. Hierdoor wordt de nieuwe waarde opgeslagen en het display zal verder gaan met de volgende parameter.

Voorbeeld: wijzig de meetingang naar thermokoppel type K 0-400°C

Na het in stop zetten van de regelaar (anders kunnen engineering parameters niet worden gewijzigd), kunt U de meetingang van de regelaar (parameter groep F21) wijzigen. Deze procedure wordt ook beschreven in hoofdstuk 7.5.3. engineering setting van het instruction manual.

Instel procedure voor F21 type meetingang
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de  <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar nog in run staat (aangegeven met rUn) moet U de /\ knop drukken om de regelaar in stop mode te schakelen. De tekst SToP zal verschijnen.
  • Druk zowel en tegelijkertijd langer dan 2 seconden op de SET en <MODE knoppen om in het F10 engineering parameter menu te komen
  • Druk de /\ knop totdat de F21 parameter verschijnt  (de parameter om het meetingang type te wijzigen)
  • Druk SET: InP verschijnt. Voor een type K thermokoppel, kies 0000 (zie tabel hieronder voor andere types)
  • Druk SET om de keuze op te slaan. Nu zullen andere parameters verschijnen
  • UnIT: wordt gebruikt om de temperatuur meet eenheid in te stellen voor thermokoppels en Pt100 sensoren):
    • 0: °C (standaard waarde)
    • 1: °F
  • PGdP: aantal decimalen na de komma:
    • 0: geen (standaard waarde)
    • 1: één decimaal na de komma
    • 2: twee decimalen na de komma
    • 3: drie decimalen na de komma
    • 4: vier decimalen na de komma

TC thermokoppel: K, J, E: alleen 0 of 1 kan worden gekozen.
TC thermokoppel: T, U, L: alleen 1 kan worden gekozen
andere types thermokoppel: alleen 0 kan worden gekozen
Pt100/RTD meetingang: 0, 1 of 2 kan worden gekozen
Spanning (V)/Stroom (I) meetingangen: 0, 1, 2, 3 of 4 kan worden gekozen.

  • PGSH/PGSL: maximale/minimale meetwaarde (maximale/minimale waarde van het meetbereik)
  • PoV/PUn: meetwaarde buiten meetbereik. Hoger dan maximale waarde of lager dan minimale waarde. Als de gemeten waarde (PV) boven de waarde van PoV is, of lager dan PUn, wordt aktie ondernomen op een meetingang storing.
Voorbeeld: wanneer meetbereik loopt van -200 tot +1372°C
  • BoS: instelling voor meetwaarde bij open meetingang:
    • 0: (standaard waarde): de gemeten waarde gaat naar de maximale waarde: bij een open meetingang gaat de meetwaarde naar de maximale waarde. Dit heeft de voorkeur bij een verwarming proces (verwarming gaat automatisch uit als thermokoppel breekt)
    • 1: meetwaarde gaat naar de minimum waarde: in dit geval gaat de meetwaarde naar de minimale waarde bij een open thermokoppel. Let op: een verwarmingsproces wordt nu dus niet uitgeschakeld bij een openthermokoppel.

Opmerking: deze instelling wordt alleen gebruikt met thermokoppel of spanning (laag meetbereik!) meetingangen

Voor de volgende types meetingang is de actie bij een open meetingang gefixeerd op de volgende

  • Pt100/RTD meetingang: bij een meetingang breuk gaat de gemeten waarde naar de maximale waarde
  • Spanning meetingang (hoog meetbereik): de gemeten waarde gaat bij een open meetingang naar de minimale waarde (het display toont in dit geval -ongeveer- 0V)
  • Stroom meetingang: de gemeten waarde gaat bij een open meetingang naar de minimale waarde (het display toont in dit geval -ongeveer- 0mA)
  • S9R: square root extraction. Gebruik deze instelling wanneer U gebruik maakt van een meetingang signaal direct van een flowmeter voorzien van differentieel drukmeetsignaal:
    • 0: niet gebruikt (standaard waarde)
    • 1: gebruik “square root extraction” voor het meetsignaal
  • PFr9: frequentie voedingsspanning. Deze instelling wordt gebruikt om het knipperen van het display te voorkomen. Stel dit in op de frequentie van Uw spanningsvoorziening:
    • 0: 50Hz (standaard waarde)
    • 1: 60hz
  • SAP: meetfrequentie van de meetingang:
    • 0: 50ms
    • 1: 100ms (standaard waarde)
    • 2: 250ms

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de SAP instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de F21 parameterlijst.

Terugkeren naar het normale bediening display
  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display. U kan ook gewoon wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
  • Vergeet niet om de regelaar weer in run modus te schakelen door enkele seconden de <MODE  knop ingedrukt te houden. Druk vervolgens SET totdat r-S (run/stop) verschijnt en zet de regelaar weer in RUN mode door op de \/ (omlaag) knop te drukken. De regelaar toont vervolgens rUn op het display.
Parametergroep F21 voor konfiguratie van de meetingang
Mogelijke instellingen voor de meetingang
types thermothermokoppel en Pt100/RTD meetingang in °C of °F en spanning/stroom meetingangen
  • De Voltage (low: lage spanning meetingang of high: hoge spanning meetingang) groep wordt gekozen met de schakelaars op de zijkant van de regelaar. Gebruik een kleine schroevendraaier om de schakelaar om te zetten.
FB hardware keuzeschakelaar
  • Stel geen ander nummer in dan wat in deze tabel staat en ook niet 23 & 24: dit kan een storing veroorzaken.
  • Let op: als het meetingang type wordt gewijzigd, worden ook de instellingen voor de decimale punt, maximale meetwaarde en minimale meetwaarde teruggezet naar de standaard instellingen voor dat type meetingang.
Instructie video: het instellen van de meetingang

Voorbeeld: wijzig het event type naar een deviatie laag alarm (type 2) voor een brander warmtevraag / heat demand (HD) signaal

  • De meeste branders hebben een hardwarematig startsignaal nodig die de veiligheids-spoelprocedure start en daarna een ontsteekpoging uitvoert, gevolgd door een vlamdetectie. Hierna wordt de hoofdbrander daadwerkelijk gestart, waarna modulatie plaats vindt middels een hoog/laag of analoog (0-100%) modulatie signaal.
  • Voor dit startsignaal is een potentiaalvrij relaiscontact nodig dat gesloten wordt wanneer de gewenste temperatuur zich boven de gemeten temperatuur bevindt. Op deze manier wordt de brander automatisch uitgeschakeld wanneer de temperatuur hoger is dan de gewenste waarde.
  • De volgende procedure beschrijft hoe event 1 in parameter groep F41 geconfigureerd dient te worden voor een warmtevraag/heat demand (HD) signaal. Event 1 bestuurt het DO1 relaiscontact van de FB regelaar.
  • Vergeet niet de DO1 uitgang optie te selecteren wanneer U de regelaar bestelt.
Instel procedure voor F41 event 1 configuratie
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar zich in running mode (rUn op display) bevindt, moet U op de /\ drukken om deze in stop mode te zetten. Nu zal SToP verschijnen op het display.
  • Druk langer dan 2 seconden tegelijkertijd op de SET en <MODE knoppen. U krijgt nu toegang tot de  1e groep in de engineering parameters: F10
  • Druk op de /\ knop totdat F41 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van event 1)
  • Druk SET: ES1 event setting 1 verschijnt.
  • Voor een warmtevraag / heat demand (HD) signaal hebben we een deviatie laag alarm: 0002 nodig (zie voor andere types de onderstaande tabel). Met een deviatie laag alarm wordt de afwijking tussen gemeten temperatuur PV en gewenste temperatuur SV gebruikt om event 1 te besturen. Wanneer de gemeten temperatuur zich onder de gewenste temperatuur bevindt, zal event 1 worden geactiveerd. Event 1 zal op vervolgens relaiscontact DO1 aansturen.
  • Druk SET om de nieuwe waarde op te slaan. Daarna verschijnen andere parameters.
  • EHo1: event vasthouden actie: gebruik voor een warmtevraag/heat-demand (HD) signaal 0000 (niet vasthouden).
  • E1L1: event 1 interlock. Als een event optreed kan het intern worden vastgehouden (event interlock actief) om zo het verwarmingsproces in een veilige stand te parkeren. Dit kan alleen worden gereset door de regelaar uit en weer in te schakelen, of via de communicatie. Voor een normaal warmtevraag/heat demand (HD) signaal, dient deze waarde op 0 (event interlock niet actief) te worden ingesteld. Stel deze waarde voor een maximaal temperatuur alarm wel in op 1 (event interlock actief) om te voorkomen dat het alarm automatisch wordt gereset nadat de maximale temperatuur is overschreden.
  • EH1: event 1 hysterese (differential gap). Deze parameter is een kleine temperatuur band rond de temperatuur instelling van het event schakelpunt. Deze temperatuurband is een hysterese die voorkomt dat het event te snel aan/uit schakelt. Stel het in op 0 (0°C) voor geen hysterese. Een kleine hysterese van 1-2°C wordt geadviseerd voor het DO1 relaiscontact om te voorkomen dat het te vaak schakelt. Standaard waarde is 2°C.
  • EVT1: event 1 timer. Met deze tijd instelling kan het actief worden van event 1 (en daarmee het DO1 relaiscontact) worden vertraagd. Gebruik voor een normaal warmtevraag/heat demand (HD) signaal 0 seconden.
  • EEo1: de digitale uitgang DO1 wordt aangestuurd met event 1. Naast event 1 kunnen ook andere signalen worden gebruikt om de digitale uitgang (geforceerd) te activeren. De standaardwaarde is 0000: DO1 uitgang wordt alleen bestuurd door event 1.
  • Elke bit in de 4 cijferige code wordt gebruikt om een functionaliteit te activeren (1) of deactiveren (0).
  • ###1: event 1 output DO1 on at input error
  • ##1#: event 1 uitgang DO1 aan in manual mode
  • #1##: event 1 uitgang DO1 aan gedurende autotuning (AT)
  • 1###: event 1 uitgang DO1 aan gedurende ramp up/down (setting change limiter niet gelijk aan 0)

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de EEo1 instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de F parameterlijst.

Omdat de event instellingen vele mogelijkheden bieden, adviseren we U om het desbetreffende hoofdstuk wat de parameter functie groep F41: event 1, F42: event 2, F43: event3 en F44: event4 in meer detail beschrijft, te lezen. U vindt dit in het “instruction manual” op blz. 7-5 en de daarop volgende pagina’s.

Terugkeren naar het normale bediening display
  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display. U kan ook gewoon wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
  • Vergeet niet om de regelaar weer in run modus te schakelen door enkele seconden de <MODE  knop ingedrukt te houden. Druk vervolgens SET totdat r-S (run/stop) verschijnt en zet de regelaar weer in RUN mode door op de \/ (omlaag) knop te drukken. De regelaar toont vervolgens rUn op het display.
Parametergroep F41 voor konfiguratie van event 1 / alarmoutgang relaiscontact DO1
Mogelijke keuzes voor het schakelen bij temperatuur afwijkingen
Mogelijke configuraties voor event type
  • Kies 2: deviatie laag voor een brander warmtevraag/heat demand HD signaal.
  • Kies 5: proceswaarde hoog voor een maximum temperatuur alarm
Vergeet niet om de temperatuur instelling voor het schakelpunt van event 1 (event 1 setvalue) te wijzigen van 50°C (standaard instelling) naar 0°C

Na het wijzigen van het event type in F41, wordt het schakelpunt voor event 1 (event 1 setvalue), dit is het temperatuur schakelpunt voor het alarm/event, door de regelaar standaard ingesteld op 50.0°C. Deze instelling wordt gebruikt om te bepalen of het event wel/niet actief is. In geval van een deviatie laag alarm, dient het verschil tussen PV (gemeten temperatuur) en SV (gewenste temperatuur) deze waarde (in dit geval 50.0°C) overschreden te worden om event 1 / DO1 relaiscontact te activeren.

Omdat we een warmtevraag/heat demand (HD) signaal nodig hebben voor een brander, moeten we deze standaard waarde wijzigen van 50.0°C naar 0.0°C. Alleen dan zal de brander inschakelen als de gemeten temperatuur (PV) lager is dan de gewenste temperatuur (SV), en vice versa.

Voor een maximum temperatuur alarm, dient U dit event 1 schakelpunt (event 1 setvalue) in te stellen op de maximaal toegestane temperatuur van het proces. Vergeet voor een maximum temperatuur alarm ook niet de F41:E1L1 event interlock parameter op 1 (event interlock actief) in te stellen. Alleen dan wordt het verwarmingsproces uitgeschakeld bij een overschrijding van maximale temperatuur, en blijft het ook uitgeschakeld. Deze interlock kan alleen gereset worden door de regelaar uit te schakelen en weer in te schakelen, of via het zenden van een commando via de ModBUS communicatie.

Terugkeren naar het normale bediening display
  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display. U kan ook gewoon wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
  • Vergeet niet om de regelaar weer in run modus te schakelen door enkele seconden de <MODE  knop ingedrukt te houden. Druk vervolgens SET totdat r-S (run/stop) verschijnt en zet de regelaar weer in RUN mode door op de \/ (omlaag) knop te drukken. De regelaar toont vervolgens rUn op het display.
  • Op het normale bedieningsscherm: druk langer dan 2 seconden op SET
  • EV1 event 1 setvalue zal nu verschijnen: wijzig de standaard waarde van 50.0°C naar 0.0°C en druk op SET.
  • Druk langer dan 2 seconden op SET en het normale bedieningsscherm zal weer verschijnen. Het schakelpunt voor het event (event 1 setvalue) is nu correct ingesteld op 0.0°C voor een warmtevraag/heat-demand (HD) signaal voor een brander besturing.

Opmerking: het schakelpunt voor event 1 (event 1 setvalue) kan in een FB regelaar worden ingesteld met de regelaar in run status.

Belangrijke opmerkingen m.b.t. event 1 / DO1 relaisuitgang maximale spanning / stroom schakel capaciteit

Belangrijke opmerking: het door event 1 bestuurde DO1 relaiscontact zal alleen schakelen met de regelaar in run status. In stop status wordt het niet aangestuurd en zal het DO1 relaiscontact uit blijven.

U kunt met de oranje led boven de DO1 indicator zien of de DO1 relaisuitgang wordt aangestuurd.

Belangrijke opmerking m.b.t. de relaiscontacten: Deze relaiscontacten zijn gespecificeerd voor maximaal 250Vac 1A en maximaal 30Vdc 1A. Het wordt ten zeerste aangeraden om extra interface relais te gebruiken en de relaiscontacten van de regelaar alleen te gebruiken om deze interface relais te besturen. Dit verhoogt de levensduur van de relais in de FB en de regelaar als geheel substantieel.

De DO1 LED geeft de status van event 1 en het DO1 relaiscontact weer
Analoge uitgang voor brander modulatie

Voor een modulerende brander besturing heeft U, naast het warmtevraag/heat demand (HD) signaal, ook een analoog regelsignaal uit de PID regelaar nodig om de brander te moduleren. Hiervoor wordt de 2e analoge uitgang AO (op aansluitingen van de regelaar: retransmission output) gebruikt om het PID regelaarsignaal (MV:manipulated value) door te sturen. Deze uitgang AO wordt vervolgens aangesloten op de modulatie ingang van de branderbesturing.

Zie de parameter groep F33 voor het instellen van deze 2e analoge uitgang AO (retransmissie uitgang).

Let op: deze 2e analoge uitgang is optioneel en moet gekozen worden bij het bestellen van de FB regelaar.

Instructie video: het instellen van het event / alarm type voor de branderbesturing

Voorbeeld: de regelactie instellen voor een verwarmingsproces of koelproces

We hebben 2 soorten temperatuur procesregeling:

  • indirecte regelactie: wanneer de gemeten temperatuur stijgt, moeten we de uitgang die de verwarming aanstuurt van het proces verminderen. Dit is vaak een proces dat een electrische verwarming aanstuurt, met als terugkoppeling een temperatuur meting.
  • directe regelactie: wanneer de gemeten temperatuur stijgt, moeten we de uitgang die de koeling aanstuurt van een proces  verhogen (bijvoorbeeld koelgenerator sneller later draaien om de temperatuur te doen dalen). Dit is vaak een koelproces waar de regelaar de koelunit aanstuurt met als terugkoppeling een temperatuur meting.

Parameter groep F51 wordt gebruikt om het gedrag en de regelactie van de temperatuur regelaar in te stellen.

Opmerking: er zijn ook FB regelaars beschikbaar voor zogenaamde heat/cool processen. Specificeer dit bij het bestellen van de FB regelaar, omdat de hardware parameters van de regelaar hiervoor correct moeten worden ingesteld door de leverancier.

Met de optionele 2e analoge uitgang AO kan een heat/cool PID en 2-punt motorklep positie regeling worden gerealiseerd.

With the optional Output 2 (OUT2) controller output, a heat/cool PID and position proportioning PID control (for 2-point motor valve control) can be set.

Instel procedure voor F51 regelactie configuratie
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar zich in running mode (rUn op display) bevindt, moet U op de /\ drukken om deze in stop mode te zetten. Nu zal SToP verschijnen op het display.
  • Druk langer dan 2 seconden tegelijkertijd op de SET en <MODE knoppen. U krijgt nu toegang tot de  1e groep in de engineering parameters: F10
  • Druk op de /\ knop totdat F51 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de regelactie)
  • Druk SET: oS control action verschijnt, met deze parameter kan de regelactie worden ingesteld op direct (0) voor een koelproces, of indirect (1) voor een verwarmingproces. Er zijn ook meer verfijnde instellingen voor een beter regelgedrag in specifieke situaties (optioneel: moet gekozen worden bij het bestellen van de FB regelaar):
  • Druk SET om de nieuwe waarde op te slaan. Daarna verschijnen andere parameters.
  • IddP: integratie/differentiatie decimale punt positie (deze parameter wordt automatisch ingesteld bij het wijzigen van de decimale punt in parameter groep F21)
    • 0: 1 seconde (standaard waarde geen cijfer achter de komma)
    • 1: 0.1 seconde (1 cijfer achter de komma)
  • dGA: met deze parameter kan de versterkingsfactor voor de differentiatie actie van de PID regelaar worden ingesteld. Normaliter is het niet nodig om deze instelling te wijzigen. Standaard waarde is 6.0
  • oHH: aan/uit actie  hysterese (temperatuur afwijking hysterese bovenkant instelling) in °C
  • oHL: aan/uit actie  hysterese (temperatuur afwijking hysterese onderkant instelling) in °C
  • AoVE/AUnE: met deze parameter kan worden ingesteld wat de regelaar moet doen als de gemeten waarde (PV) de maximale/minimale waarde (ingesteld met input determination point high/low) bereikt:
    • 0: doorgaan met de normale PID regeling (standaard waarde). Normaliter is dit de goede keuze: als het thermokoppel breekt gaat de gemeten waarde naar het maximum en hierdoor wordt de uitsturing van de regelaar (MV) op 0% gezet.
    • 1: de waarde van de regeluitgang (MV) instellen op de waarde die is ingesteld met de parameter manipulated value at input error (dat is de parameter PSA die nu volgt)
  • PSA: instelling van de regeluitgang (MV) bij een meetingang error (gebruikt als de vorige parameter AoVE/AUnE op 1 is ingesteld). Standaard waarde is 0.0%
  • rAV1/rAV2: waarde van de regeluitgang (MV1/MV2) als de regelaar in stop staat. Standaard waarde is -5.0% 
  • orU/orD/orU2/orD2: maximale toename/afname per seconde van de regeluitgang (MV1/MV2). Met deze parameter kan de maximale toename of afname van de regeluitgang per seconde worden ingesteld om stapsgewijzigde wijzigingen van het regelsignaal te voorkomen. De standaard waarde is 0.0 (uitgeschakeld, regeluitgang volgt direct de berekende PID regelaar uitgang)
  • oLH/oLL/oLH2/oLL2: maximale/minimale begrenzing van de regeluitgang (MV1/MV2): Deze waarde limiteert de regeluitgang 1 (MV1) of regeluitgang 2 (MV2) op een maximale waarde (standaard waarde 105.0%) of minimale waarde (standaard waarde -5.0%)
  • PFF: deze parameter wordt gebruikt om te compenseren van fluctuaties in de voedingsspanning. Hiervoor moet de optionele meetingang voor de meet-transformator worden besteld):
    • 0: ongebruikt
    • 1: gebruikt (standaard waarde)
  • PFFS: deze parameter wordt gebruikt om de hoeveelheid compensatie bij fluctuaties in de voedingsspanning in te stellen. De standaard waarde is 1.00
  • dRP: derivatieve regelactie. Deze parameter kiest het type deviatie die wordt gebruikt door de PID regelaar. Hetzij gebaseerd op veranderingen in het verschil tussen de PV (gemeten waarde) en de SV (gewenste waarde) of een verandering in de toename of afname van de afwijking tussen PV (gemeten waarde) en SV (gewenste waarde). Dit is een fijnafstelling voor snelle regelprocessen.
    • 0: afgeleide van de gemeten waarde (standaard waarde)
    • 1: afgeleide van de afwijking tussen gemeten waarde en gewenste waarde
  • US: undershoot onderdrukking factor voor koel-zijde regelaar. Deze instelling wordt gebruikt om de undershoot van de koel-zijde van de regelaar te onderdrukken. De standaard waarde is:
    • waterkoeling: 0.100
    • luchtkoeling: 0.250
    • cooling gain lineair type: 1.000
  • dbPA: referentie punt van de overlap/dode band van de heat/cool regeling. Deze parameter is alleen voor een heat/cool regeling. Met deze parameter kan het overschakelen van verwarmen naar koelen (en vice versa) worden afgesteld. De standaard waarde is 0.0 (geen overlap tussen verwarming/koeling)

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de dbPA instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de F parameterlijst.

Voor meer informatie verwijzen we naar de gedetailleerde beschrijving van parameter groep F51 in het instruction manual, zie hoofdstuk 7.5

Terugkeren naar het normale bediening display
  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display. U kan ook gewoon wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
  • Vergeet niet om de regelaar weer in run modus te schakelen door enkele seconden de <MODE  knop ingedrukt te houden. Druk vervolgens SET totdat r-S (run/stop) verschijnt en zet de regelaar weer in RUN mode door op de \/ (omlaag) knop te drukken. De regelaar toont vervolgens rUn op het display.
Parametergroep F51 voor de konfiguratie van de regelactie

Voorbeeld: PID regelparameters en regelgedrag aanpassen

  • De instellingen voor de proportionele band, integratietijd en differentiatietijd worden gebruikt om het regelgedrag van de PID regelaar als gevolg van variaties in de PV (gemeten waarde) en SV (gewenste waarde) te verfijnen
  • Een betere afstelling van deze parameters leidt tot een proces met minder afwijkingen boven of onder de gewenste waarde (minder overshoot/undershoot) bij procesveranderingen.
  • De automatische tuning (AT:autotuning) kan ook gebruikt worden, mits Uw proces dit ook daadwerkelijk zonder schade toelaat. Er worden namelijk enkele cycli met maximale uitsturing van het de regeluitgang (100%) en minimale uitsturing van de regeluitgang (0%) uitgevoerd om hiermee afhankelijk van de procesreactie (variërende PV meetwaarde) de PID parameters te berekenen. 
  • Verdere handmatige PID afstelling kan nodig zijn na een autotuning procedure om het best mogelijke regelgedrag te benaderen.

De PID instellingen kunnen veranderd worden met de FB regelaar in run modus.

Opmerking: zie hoofdstuk 7.3.1 parameter setting mode in het instruction maual voor verdere uitleg van iedere parameter.

Vanuit het normale bedieningsscherm naar de PID instellingen

Opmerking: de volgende lijst bevat diverse parameters die afhankelijk zijn van de opties die U met Uw specifieke RB regelaar heeft besteld. Hierdoor zullen bepaalde parameters wel/niet verschijnen.

Druk langer dan 2 seconden op de SET knop. EV1 (event 1 schakelpunt instelling) zal nu verschijnen. Afhankelijk van de opties die aanwezig zijn op Uw FB regelaar, zullen er tussen 0 (geen) en 4 events kunnen worden getoond. Druk nogmaals op SET en de volgende parameter (proportionele band) zal verschijnen.

Opmerking: de hierop volgende parameters verschijnen door het drukken op de SET knop

Instellingen voor de regellus onderbroken (thermokoppel breuk/control loop break) detectie (optioneel: specificeren bij bestelling)

De volgende parameters zijn voor de regellus onderbroken (control loop break) detectie.

  • LbA: tijdinstelling in seconden voor het regellus breuk detectie alarm (wanneer optie aanwezig is). Dit “control loop break alarm” LBA wordt gebruikt voor detectie van een:
    • breuk in de belasting (verwarmings element breuk)
    • storing in de externe actuator (vermogensregelaar, electromagnetisch relais etc.)
    • storing met de meetingang (sensor breuk)

De LBA detectie wordt geactiveerd wanneer de regeluitgang MV een waarde bereikt van:

    • 0% (of waarde van minimale regeluitgang instelling)
    • 100% (of waarde van maximale regeluitgang instelling)

Het LBA alarm bewaakt de variatie van de gemeten waarde (PV) gedurende de lengte van de ingestelde LBA tijd parameter. Wanneer de LBA tijd is verstreken en de gemeten waarde PV is nog steeds binnen de alarm detectie band, zal het LBA alarm worden geactiveerd. De standaard waarde is 480 seconden.

  • Lbd: dode band voor de regellus breuk detectie in °C rond de gewenste waarde SV (alleen wanneer de optie aanwezig is). Het regellus breuk detectie alarm kan door diverse externe verstoringen valse alarmeringen geven. Om dit te voorkomen kan met deze parameter een band in °C rond de gewenste waarde (setvalue SV) worden ingesteld zodat deze valse alarmen worden voorkomen. Standaard waarde is 0°C (geen dode band).
Instellingen voor PID regelgedrag
  • P: de proportionele band van de regelaar (verwarming zijde) in °C. Dit is de temperatuur band rond de gewenste temperatuur waarbinnen de regeluitgang gemoduleerd wordt van 0 tot 100%.
  • I: integratie tijd in seconden. Deze actie integreert het verschil tussen PV (meetwaarde) en SV (gewenste waarde) over de tijd, en regelt langzaam het verschil tussen PV en SV weg. Normaal gesproken is deze tijd de vertragingstijd van het proces zelf (responsetijd) die hier dient te worden ingesteld.
  • D: differentiatie tijd in seconden. Deze parameter wordt gebruikt om snelle kortstondige variaties tussen PV (meetwaarde) en SV (gewenste waarde) op te vangen. Het wordt gebruikt om zogenaamde overshoot/undershoot van de temperatuur te onderdrukken. Als vuistregel dient deze waarde ongeveer op 25% van de integratietijd te worden ingesteld.
  • rPT: regelaar reactiesnelheid. Hier kan worden ingesteld hoe snel de regelaar moet reageren op een verandering in de gewenste waarde (SV):
    • 0: langzaam. Kies deze instelling als er geen overshoot mag plaatsvinden (standaard waarde voor PID regeling & motorklep positie regeling)
    • 1: gemiddeld
    • 2: snel. Kies deze instelling als de gewenste waarde zo snel mogelijk bereikt moet worden. Enige overshoot is toegestaan (standaard waarde voor heat/cool PID regeling)
  • Pc: proportionele band van de koelzijde van de regelaar (wanneer koeling aanwezig is) in °C 
  • Ic: integratie tijd van de koelzijde van de regelaar (wanneer koeling aanwezig is) in sec.
  • dc: differentiatie tijd van de koelzijde van de regelaar (wanneer koeling aanwezig is) in sec.
  • db: dit is de overlap/dode band van de beide proportionele banden (heat/cool: alleen wanneer koeling aanwezig is). Standaard waarde is 0 (0.0): geen dode band tussen beide proportionele banden.
Fijnafstelling regelgedrag
  • Ar: handmatige reset. Met deze parameter kan de resterende offset die overblijft met een alleen-P of PD regelaar (dus in beide situaties zonder I-actie) worden ingesteld. De standaard waarde is 0.0%
Extra tijdsafhankelijke parameters voor het aflopen van eenvoudige ramp/soak profielen
  • SVRU: ramp up parameter (setting change rate limiter up). Met deze parameter kan de automatische toename van de gewenste temperatuur instelling in een ramp up profiel worden ingesteld in °C per tijdseenheid (hetzij minuten of uren: zie change rate limiter tijdseenheid in instruction manual P 7-31). Standaard waarde is oFF  (ongebruikt: geen ramp up van gewenste temperatuur)
  • SVRd: ramp down parameter (setting change rate limiter down). Met deze parameter kan de automatische afname van de gewenste temperatuur instelling in een ramp up profiel worden ingesteld in °C per tijdseenheid (minuten/uren: zie change rate limiter tijdseenheid in instruction manual P 7-31). Standaard waarde is oFF  (ongebruikt: geen ramp down van gewenste temperatuur)
  • AST: houdtijd nadat de gewenste temperatuur is bereikt (met gebruikmaking van de ramp up/down parameter). Pas nadat deze tijd is verstreken wordt verdergegaan met de volgende gelinkte area. De tijdseenheid is afhankelijk van de instelling van de soak time unit parameter (zie engineering mode):
    • 0 minuten 0 seconden tot 199 minuten 59 seconden
    • 0 uren 0 minuten tot 99 uren 59 minuten
  • LnYA: nummer van de gelinkte area. Hier staat het volgende area nummer (1-8) waarmee verder wordt gegaan na verstrijken van de AST houdtijd. Standaard waarde is oFF (niet gebruikt: geen volgende area)

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de LnYA instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de lijst.

Extra tip voor ramp/soak profielen: gebruik parameter groep F70 voor de tijdseenheden

Gebruik parameter groep F70 om de juiste tijdseenheden voor het profiel in te stellen. Dit zijn engineering parameters en daarom moet de regelaar eerst in stop modus worden geschakeld.

  • SVrR: tijdseenheid (time unit) voor de ramp up/down parameters: temperatuur toename (change rate limiter up/down): standaard waarde is 60 seconden
  • SRdP: kies de tijdseenheid voor de houdtijd:
    • 0: 0 uren 00 minuten tot 99 uren 59 minuten
    • 1: 0 minuten 00 seconden tot 199 minuten 59 seconden (standaard waarde)
Parameter groep F70 voor het instellen van ramp/soak profiel tijdseenheden
Terugkeren naar het normale bediening display

Terugkeren naar het normale bediening display kan op diverse manieren:

  • Druk tegelijkertijd de SET en <MODE knop om terug te keren naar het normale bediening display
  • U kunt ook wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bediening display
  • Druk langer dan 2 seconden op SET
Overzicht van alle mogelijke FB serie parameters die instelbaar zijn met de regelaar in run modus (afhankelijk van geïnstalleerde opties)

Opmerking: de informatie tussen haakjes (bijvoorbeeld P7-21) refereert naar meer gedetailleerde informatie in het instruction manual.

Parameters die instelbaar zijn met regelaar in run modus. Refereer naar hoofdstuk 7 voor verdere informatie omtrent elke parameter
Instruction video: PID instellingen wijzigen

Voorzichtig gebruiken: automatische detectie van de PID parameters

De volgende instellingen zijn voor het automatisch detecteren van de regelparameters. Gebruik deze automatische tuning (AT:autotuning) alleen als Uw proces het toestaat dat de regeluitgang continu 100% en 0% stuurt naar Uw proces. Grote temperatuurafwijkingen boven of onder de gewenste temperatuur kunnen optreden. Hierdoor zou een gevaarlijke situatie kunnen ontstaan in Uw proces. Er is een goed detecteerbare en reproducerende variatie in het PV meetsignaal nodig om automatisch de PID waardes te berekenen.

Waarschuwingen m.b.t. autotuning (AT)
  • Als tijdens de autotuning (AT) de gemeten  temperatuur variatie (PV, zowel omhoog als omlaag) minder is dan 1°C per minuut, is automatisch detectie van PID parameters niet mogelijk. In dit geval moeten de PID parameters met de hand worden ingesteld.
  • Handmatige instelling van de PID parameters kan ook nodig zijn als de gewenste temperatuur (SV) zich:
    • in de buurt van de omgevingstemperatuur bevindt
    • dichtbij de maximaal met het proces bereikbare temperatuur van de belasting bevindt
  • Als de limitering voor de maximale verhoging/verlaging van de uitsturing MV (output change rate limiter) per tijdseenheid is ingesteld, kan het mogelijk zijn dat optimale PID instellingen niet met autotuning (AT) kunnen worden vastgesteld.
Voordat autotuning (AT) kan starten moet aan de volgende eisen worden voldaan:

Status van de regelaar:

  • Run/Stop transfer: Run
  • PID/AT transfer: PID control
  • Auto/Manual transfer: Auto mode
  • Remote/Local transfer: Local mode

Parameter instelling:

  • Maximale uitsturing (output limiter high) >= 0.1%
  • Minimale uitsturing (output limiter low) <= 99.9%

Gemeten waarde op de meetingang:

  • Gemeten waarde (PV) is niet lager dan het minimum (underscale: uuuu op display)
  • Gemeten waarde (PV) is niet hoger dan het maximum (overscale: oooo op display)
  • gemeten waarde (PV) <= input error determination point (high)
  • Gemeten waarde (PV) >= input error determination point (low)
Start de autotuning (AT)

De autotuning (AT) functie kan starten tijdens ramp up/down of een vaste instelling voor de gewenste temperatuur.

Stap 1: druk op het normale bedieningsscherm langer dan 2 seconden op de <MODE knop. Daarna verschijnt als eerste het PID/autotuning (AT) omschakel scherm.

Stap 2: schakel de autotuning (AT) in door op de /\ (omhoog) knop te drukken. De AT indicatielamp op de regelaar zal beginnen met knipperen.

  • Gedurende de autotuning (AT) zal de regeluitgang (MV) om en om op 100.0% en 0.0% worden gezet. Tijdens deze procedure wordt de verandering van de gemeten waarde (PV) geregistreerd.
  • Deze procedure zal enkele keren worden herhaald om uit te vinden of de gemeten waarde (PV) steeds op de zelfde manier veranderd.
  • Alleen wanneer de veranderingen van de gemeten waarde (PV) reproduceren worden de nieuwe PID parameters berekend. Zo niet: dan blijven de originele PID instellingen onveranderd.
Instel procedure voor F52 autotuning (AT) parameters
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar zich in running mode (rUn op display) bevindt, moet U op de /\ drukken om deze in stop mode te zetten. Nu zal SToP verschijnen op het display.
  • Druk langer dan 2 seconden tegelijkertijd op de SET en <MODE knoppen. U krijgt nu toegang tot de  1e groep in de engineering parameters: F10
  • Druk op de /\ knop totdat F52 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de autotuning AT)
  • Druk SET: ATb AT bias verschijnt. Wanneer tijdens autotuning (AT) overshoot niet is toegestaan, kan een zogenaamde “bias” (vaste correctiewaarde) op de gewenste temperatuur (SV) worden ingesteld zodat de autotung (AT) op een lagere (of hogere) temperatuur zal plaatsvinden. De standaard waarde is 0°C.
  • Druk SET om de nieuwe waarde op te slaan. Daarna verschijnen andere parameters.
  • ATC: aantal  autotuning (AT) cycli. Met deze parameter kan het aantal aan (MV 100%) uit (MV 0%) cycli voor de autotuning (AT) worden ingesteld:
    • 0: 1.5 cycli
    • 1: 2.0 cycli (standaard waarde)
    • 2: 2.5 cycli
    • 3: 3.0 cycli
  • ATH: gemeten waarde variatie wachttijd. Gedurende deze tijd zal de regeluitgang (MV) worden vastgehouden op aan (100%) of uit (0%) om het autotuning algoritme tijd te geven om de variatie in gemeten waarde (PV) te registreren. Als deze tijd te kort is zal de gemeten waarde teveel oscilleren en hierdoor kan een correcte variatie in gemeten waarde (PV) niet worden vastgesteld:
    • standaard waarde is 10.0 seconden
    • stel deze waarde (tijd in seconden) in op 1/100x de tijd die nodig is om de gewenste tempratuur te bereiken
  • ATon/AToF: limiteer de regeluitgang (MV) op een maximum en minimum waarde gedurende autotuning (AT):
    • standaard waarde voor ATon (aan/maximum): 105.0% (als maximum niet begrensd is)
    • standaard waarde voor AToF (uit/minimum): -105.0% (als minimum niet begrensd is)
  • PLH/PLL: limitering van de proportionele band verwarming zijde hoog/laag: met deze waarde kan de met autotuning (AT) of startup tuning (ST) verkregen waarde voor de proportionele band (P) worden gelimiteerd aan een maximum of minimum. De gedetecteerde waarde moet binnen deze waardes vallen, anders wordt de gelimiteerde waarde gebruikt.
    • standaard waarde voor hoog: maximaal meetbereik (maximale temperatuur) of 1000.0% (spanning/stroom meetingang)
    • standaard waarde voor laag: 0°C of 0.0% (spanning/stroom meetingang)
  • ILH/ILL: limitering van de integratietijd verwarming zijde hoog/laag: met deze waarde kan de met autotuning (AT) of startup tuning (ST) verkregen waarde voor de integratietijd (I) worden gelimiteerd aan een maximum of minimum. De gedetecteerde waarde moet binnen deze waardes vallen, anders wordt de gelimiteerde waarde gebruikt.
    • standaard waarde voor hoog: 3600 sec
    • standaard waarde voor laag: 0 sec
  • dLH/dLL: limitering van de differentiatie tijd verwarming zijde hoog/laag: met deze waarde kan de met autotuning (AT) of startup tuning (ST) verkregen waarde voor de differentiatietijd (D) worden gelimiteerd aan een maximum of minimum. De gedetecteerde waarde moet binnen deze waardes vallen, anders wordt de gelimiteerde waarde gebruikt.
    • standaard waarde voor hoog: 3600 sec
    • standaard waarde voor laag: 0 sec
  • PcLH/PcLL: limitering van de proportionele band koel zijde hoog/laag: met deze waarde kan de met autotuning (AT) of startup tuning (ST) verkregen waarde voor de proportionele band (P) worden gelimiteerd aan een maximum of minimum. De gedetecteerde waarde moet binnen deze waardes vallen, anders wordt de gelimiteerde waarde gebruikt.
    • standaard waarde voor hoog: maximaal meetbereik (maximale temperatuur) of 1000.0% (spanning/stroom meetingang)
    • standaard waarde voor laag: 1°C (0.1, 0.01) of 0.1% (spanning/stroom meetingang)
  • IcLH/IcLL: limitering van de integratietijd koel zijde hoog/laag: met deze waarde kan de met autotuning (AT) of startup tuning (ST) verkregen waarde voor de integratietijd (I) worden gelimiteerd aan een maximum of minimum. De gedetecteerde waarde moet binnen deze waardes vallen, anders wordt de gelimiteerde waarde gebruikt.
    • standaard waarde voor hoog: 3600 sec
    • standaard waarde voor laag: 0 sec
  • dcLH/dcLL: limitering van de differentiatie tijd verwarming koel zijde hoog/laag: met deze waarde kan de met autotuning (AT) of startup tuning (ST) verkregen waarde voor de differentiatietijd (D) worden gelimiteerd aan een maximum of minimum. De gedetecteerde waarde moet binnen deze waardes vallen, anders wordt de gelimiteerde waarde gebruikt.
    • standaard waarde voor hoog: 3600 sec
    • standaard waarde voor laag: 0 sec
  • PAJ/PcAJ: proportionele band vermenigvuldigingsfactor (verwarming/koel zijde): deze factor vermenigvuldigd de automatisch gedetecteerde proportionele band (P) in °C met de waarde in deze parameter. Standaard waarde is 1.00, dus de berekende waarde van de autotuning (AT) wordt gebruikt.
  • IAJ/IcAJ: integratietijd vermenigvuldigingsfactor (verwarming/koel zijde): deze factor vermenigvuldigd de automatisch gedetecteerde integratietijd (I) in sec. met de waarde in deze parameter. Standaard waarde is 1.00, dus de berekende waarde van de autotuning (AT) wordt gebruikt.
  • dAJ/dcAJ: differentiatietijd vermenigvuldigingsfactor (verwarming/koel zijde): deze factor vermenigvuldigd de automatisch gedetecteerde differentiatietijd (D) in sec. met de waarde in deze parameter. Standaard waarde is 1.00, dus de berekende waarde van de autotuning (AT) wordt gebruikt.

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de dAJ/dcAJ instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de F parameterlijst.

Parameter groep 52: autotuning (AT)
Terugkeren naar het normale bediening display

Terugkeren naar het normale bediening display kan op verschillende manieren:

  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display.
  • U kan gewoon wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
  • Vergeet niet om de regelaar weer in run modus te schakelen door enkele seconden de <MODE  knop ingedrukt te houden. Druk vervolgens SET totdat r-S (run/stop) verschijnt en zet de regelaar weer in RUN mode door op de \/ (omlaag) knop te drukken. De regelaar toont vervolgens rUn op het display.

Instellingen voor verwarmingselement breuk (HBA), meetingang, PID regelaar cyclustijd en communicatie

Het volgende onderdeel bevat extra instellingen voor de verwarmingselement breuk detectie (HbA), meetingang correctiewaarde & filtering (voor zowel meetingang als RS remote setting ingang) en ook de instelling voor de PID regelaar cyclustijd. Ook worden de instellingen voor de 2 (optionele) communicatie interfaces uitgelegd.

Deze instellingen kunnen worden aangepast terwijl de regelaar zich in run modes bevindt.

Echter, na het wijzigen van de communicatie instellingen is uitschakelen en weer inschakelen van de voeding op de regelaar nodig om de nieuwe instellingen over te nemen.

Opmerking: zie hoofdstuk 7.4.1 “display sequence” in het instruction manual voor verdere details omtrent elke parameter.

Opmerking: de commentaren tussen haakjes (bijvoorbeeld P7-35) refereren naar de bladzijden in het instruction manual. Zie deze voor meer gedetailleerde informatie m.b.t. de parameter.

Vanaf het normale bedieningsscherm toegang verkrijgen tot de extra instellingen in de regelaar

Opmerking: de volgende lijst bevat diverse parameters die afhankelijk zijn van de opties die U besteld heeft met Uw regelaar. Hierdoor kan het zijn dat bepaalde parameters die hieronder beschreven worden niet worden weergegeven in Uw regelaar.

Druk op de SET knop en houd deze ingedrukt. Druk daarna (met de SET knop nog ingedrukt) kort op de <MODE knop. De eerste parameter HbA1 (of Pb wanneer heater break alarm optie niet aanwezig is) zal verschijnen. 

Opmerking: elke volgende parameter kan worden gekozen door op de SET knop te drukken.

Instellingen voor verwarmingselement breukdetectie (optioneel: U dient dit te specificeren bij Uw bestelling)

Er zijn 2 types verwarmings element breukdetectie:

  • Type A: voor tijdproportionele regeluitgang:
    • relaiscontact
    • voltage pulse (+12Vdc puls voor rechtstreekse aansturing solid state relais)
  • Type B: voor analoge regeluitgang:
    • DC spanning signaal (bijvoorbeeld 1-5Vdc, 0-10Vdc)
    • DC stroom signaal (bijvoorbeeld 4-20mA)

Opmerking: we adviseren U ten zeerste om hoofdstuk 7.4.2. in het instruction manual m.b.t. de instelling van het heater break alarm (verwarmingselement breukdetectie) te lezen. Alleen met deze informatie wordt het alarm correct ingesteld zodat geen valse alarmen worden gegenereerd.

  • HbA1/HbA2: is de instelling in Amperes voor de verwarmingselement breuk detectie (indien optie aanwezig is):
    • Type A: tijdproportionele regeluitgang:
      • Stel deze waarde in tot 85% van de maximale stroomtrafo meetingang (CT) uitlezing
      • Stel deze waarde op een nog lagere waarde in om een vals alarm door een onstabiel spanningsnetwerk te voorkomen
      • Wanneer meer dan 1 verwarmingselementen parallel zijn geschakeld kan de HBA instelling verhoogd worden om detectie van een breuk in een enkel verwarmingselement mogelijk te maken.
      • Standaard waarde is oFF (niet gebruikt)
    • Type B: analoge regeluitgang:
      • Stel de waarde in op de maximale waarde op de stroomtrafo meetingang (CT). Dit is de nominale stroom die door het verwarmingselement loopt bij een aansturing van 100%, het maximum. Deze instelling wordt gebruikt om de juiste afstelling te berekenen om hiermee valse alarmen te voorkomen.
  • HbL1/HbL2: verwarmingselement breuk detectie punt 1/2 (heater break determination point 1/2). Stel voor type B (analoge regeluitgang) het verwarmingselement breukdetectie punt in. Standaard waarde is 30.0%
  • HbH1/HbH2: maximale verwarmingselement stroom detectie punt 1/2. Stel voor een type B alarm (analoge regeluitgang) het maximale stroom detectiepunt 1/2 in. Standaard waarde is 30.0%
De (temperatuur) meetingang (PV) finetunen

De volgende parameters zijn instellingen voor het finetunen van de (temperatuur) meetingang en het filteren van storing op de temperatuur meting of terugkoppeling potmeter van een servomotor gestuurde klep:

  • Pb: +/- correctiewaarde (PVBias) op de meetingang in °C. Dit is een fijnafstelling om te compenseren voor afwijkingen tussen individuele temperatuur sensoren. Opmerking: gebruik deze afstelling met beleid. Deze afstelling is niet voor compensatie van een defecte/afwijkende sensor of verkeerde sensor bekabeling: die moet ten allen tijde worden vervangen. De standaard waarde is +/- 0.0°C (geen correctie)
  • dF: PV meetingang digitale filter in seconden. Deze waarde wordt gebruikt om storing tegen te gaan op de meetingang. De standaard waarde is oFF (geen filtering). Waarschuwing: een te hoge waarde kan leiden tot een onstabiele procesregeling met een te hoge temperatuur over/undershoot.
  • Pr: PV meetingang vermenigvuldigingsfactor (PV ratio/meetingang bereik calibratie). De gemeten waarde (PV) wordt met deze waarde vermenigvuldigd. Dit is om te compenseren voor afwijkingen tussen individuele temperatuur sensoren of om het verschil tussen de gemeten waarde (PV) met andere instrumenten te corrigeren. Standaard waarde is 1.000. 
  • PLC: ondergrens meetingang afkap punt (PV low input cut-off). Deze instelling wordt gebruikt in combinatie met de square root extractie functie. De gemeten waarde (PV) beneden deze waarde wordt genegeerd om een verstoring van de regeling door lage waardes op de meetingang. Standaard waarde is 0.00
Finetinung the remote setting (RS) input signal

The following parameters are settings for the finetuning of the remote input measurement and the filtering of noise on this input signal:

  • rb: RS bias. This value adds a bias to the remote setting (RS) input value. Default value is 0
  • dF2: RSdigital filter in seconds. This value is used to eliminate noise on a remote setting (RS) input. The default value is oFF (disabled)
  • rr: RS ratio. This is a multiplication factor (span calibration) that is applied to the remote setting input value (RS).  Default value is 1.000.
Instellingen voor de tijdproportionele regeluitgang van een PID regelaar

De volgende parameters zijn voor de afstelling van het tijdsafhankelijke gedrag van een tijdproportionele regeluitgang (bij een heat/cool regelaar: de verwarmings-zijde) zoals een relaiscontact of een voltage pulse (+12Vdc puls om rechtstreeks een solid state relais mee aan te sturen). Bij een analoge regeluitgang (bijvoorbeeld 4-20mA) worden deze parameters niet gebruikt:

  • r: proportionele cyclustijd (verwarmingszijde) in seconden. Dit is de cyclustijd van de regeling in seconden voor een tijdproportionele regeluitgang, zoals een voltage pulse voor directe aansturing van een solid state relais (SSR: stel het dan af op de minimale waarde) en relaiscontacten (stel het dan in op 10-20 seconden) om schade aan het te snel schakelen van de relais te voorkomen. Opmerking: een analoog regeluitgang signaal (bijvoorbeeld 4-20mA) heeft geen instelling voor de proportionele cyclustijd.
  • t: proportionele cyclustijd (wanneer koeling aanwezig is: koelzijde) in seconden. Dit is de cyclustijd van de regeling in seconden voor een tijdproportionele regeluitgang, zoals een voltage pulse voor directe aansturing van een solid state relais (SSR: stel het dan af op de minimale waarde) en relaiscontacten (stel het dan in op 10-20 seconden) om schade aan het te snel schakelen van de relais te voorkomen. Opmerking: een analoog regeluitgang signaal (bijvoorbeeld 4-20mA) heeft geen instelling voor de proportionele cyclustijd.
Instellingen voor de (optionele) communicatie interfaces

!!! BELANGRIJKE OPMERKING: NA HET WIJZIGEN VAN DE COMMUNICATIE INSTELLINGEN MOET DE REGELAAR WORDEN UITGESCHAKELD EN WEER INGESCHAKELD. ALLEEN DAN ZULLEN DE NIEUWE INSTELLINGEN WORDEN GEBRUIKT !!!

Zie voor meer informatie omtrent de parameters en de ModBUS adressering het communication manual (zie link bovenaan de pagina)

De communicatie interface is een optie die moet worden aangegeven in de bestelling van de FB regelaar.

Zie voor instelling van het communicatie protocol (ASCII RKC of ModBUS) parameter groep F60.

  • Add1/Add2: communicatie adres 1/2. Met deze parameter wordt het communicatie adres voor de 2 interfaces ingesteld:
    • device adres 1: slave adres van de regelaar voor normale communicatie met een host (communicatie functie 1)
    • device adres 2: slave adres van de regelaar voor de intercontroller communicatie

Belangrijke opmerkingen:

    • gebruik niet hetzelfde adres op meer dan 1 regelaar in multi-drop netwerk topologie. Elke regelaar moet een uniek adres hebben in een multi-drop netwerp topologie.
    • wanneer gebruik wordt gemaakt van intercontroller communicatie, moet device adres 2 op een nummer tussen 0 en 31 worden ingesteld. Stel ook het adres van elke regelaar in een opeenvolgende nummering, startend bij 0.
    • Bij ModBUS communicatie is een twee-weg communicatie niet mogelijk als het adres 0 is
  • bPS1/bPS2: communicatie snelheid voor interface 1/2. Stel hier de communicatie snelheid is voor interface 1 en 2:
    • 2.4: 2400 bps
    • 4.8: 4800 bps
    • 9.6: 9600 bps
    • 19.2: 19200 bps (standaard waarde)
    • 38.4: 38400 bps
  • bIT1/biT2: data bit configuratie voor interface 1 en 2. 7 bit communicatie is alleen mogelijk met  RKC ASCII protocol communicatie. Standaard waarde is is 8n1 (8 databits, geen pariteit, 1 stopbit)
  • InT1/InT2: communicatie interval tijd voor interface 1 en 2: standaard waarde is 10 ms.
Gebruik parameter groep F60 voor de selectie van het communicatie protocol

!!! BELANGRIJKE OPMERKING: NA HET WIJZIGEN VAN DE COMMUNICATIE INSTELLINGEN MOET DE REGELAAR WORDEN UITGESCHAKELD EN WEER INGESCHAKELD. ALLEEN DAN ZULLEN DE NIEUWE INSTELLINGEN WORDEN GEBRUIKT !!!

Gebruik parameter groep F60 om het juiste communicatie protocol in te stellen. Dit is een engineering parameter waarvoor de regelaar in de stop modus geschakeld moet worden. Zie de extra instellingen voor de instelling van de communicatie parameters (adres, databits, pariteit en stopbits).

  • CAP1: kies het communicatie protocol voor interface 1 (ondersteunt geen intercontroller communicatie):
    • 0: RKC ASCII communicatie
    • 1: ModBUS
  • CAP2: kies het communicatie protocol voor interface 2 (ondersteunt intercontroller communicatie):
    • 0: RKC ASCII communicatie
    • 1: ModBUS
    • 2: Intercontroller communicatie: voor een systeem met 1 master regelaar en tot en met 4 slave regelaars. Middels de intercontroller communicatie interface worden Run/Stop/gewenste temperaturen/alarmen automatisch gecommuniceerd tussen de regelaars onderling
Parameter groep F60: communicatie protocol
Vergrendelingsniveau van de parameters

Het is mogelijk om de parameter instellingen met behulp van de toetsen te vergrendelen op diverse niveau’s.

  • LCY: niveau van vergrendeling: fabrieksinstelling 0000: alle parameters toegankelijk en niet vergrendeld
    • ###0: alle parameters behalve gewenste temperatuur (SV) en event/alarm instelling (EV1-EV4) niet vergrendeld
    • ###1: alle parameters behalve gewenste temperatuur (SV) en event/alarm instelling (EV1-EV4) vergrendeld
    • ##0#: event/alarm instelling EV1 tot EV1 niet vergrendeld
    • ##1#: event/alarm instelling EV1 tot EV1 vergrendeld
    • #0##: gewenste temperatuur (SV) niet vergrendeld
    • #1##: gewenste temperatuur (SV) vergrendeld
    • 0###: 0, deze instelling is gefixeerd, geen instelling mogelijk

Opmerkingen:

  • De volgende parameters kunnen niet worden vergrendeld mder LCY vergrendeling niveau instelling:
    • memory area keuze (gewenste temperatuur SV & monitor mode)
    • parameters van parameter groep F10 tot en met F91 (engineering mode)
  • Het niveau van vergrendeling kan met de parameter LCY zowel in run als stop modus worden gewijzigd
  • Parameters die vergrendeld zijn met data lock kunnen nog steeds bekeken worden in monitor mode (maar niet gewijzigd)
Overzicht van alle mogelijke FB regelaar parameters die kunnen worden ingesteld met de regelaar in run modus (afhankelijk van geïnstalleerde opties)

Opmerking: de opmerkingen tussen haakjes (bijvoorbeeld P7-35) refereren naar meer gedetailleerde informatie in het instruction manual.

Gedetailleerde parameters die kunnen worden ingesteld: zie hoofdstuk 7 in het instruction manual voor meer informatie m.b.t. elke parameter
Terugkeren naar het normale bediening display

Terugkeren naar het normale bediening display kan op verschillende manieren:

  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display.
  • U kan gewoon 1 minuut wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.

Retransmissie uitgang: (optionele) extra analoge uitgang voor MV, PV of SV

De FB regelaar kan worden voorzien van een optioneel extra analoog uitgang signaal dat gebruikt kan worden om de interne regeluitgang (MV, manipulated value) voor een modulerende brander naar de branderautomaat te sturen. Deze uitgang kan ook worden gebruikt om de gemeten waarde (PV, process value) of de gewenste temperatuur (SV, setvalue) naar andere instrumenten te sturen, bijvoorbeeld:

  • temperatuur recorders (gemeten/gewenste temperatuur, uitsturing regelaar)
  • 1 of meerdere slave regelaars van gewenste temperatuur voorzien (SV setvalue)
  • indicatoren op het besturingspaneel van een analoog proces signaal voorzien (regelaar uitsturing, gemeten/gewenste temperatuur)

Bij de bestelling van de RB regelaar dient de extra optie retransmissie uitgang gekozen te worden. Daarnaast moet het type analoge uitgang worden gespecificeerd. Dit kan zijn:

  • stroom uitgang: 0/4-20mAdc
  • spanning uitgang: 0/1-5Vdc, 0-10Vdc

Parameter groep F33 wordt gebruikt voor het instellen van de extra analoge retransmissie uitgang. Opmerking: deze extra retransmissie uitgang is optioneel en moet worden geselecteerd bij het bestellen  de regelaar.

Instel procedure voor F33 optionele extra analoge retransmissie uitgang configuratie
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar zich in running mode (rUn op display) bevindt, moet U op de /\ drukken om deze in stop mode te zetten. Nu zal SToP verschijnen op het display.
  • Druk langer dan 2 seconden tegelijkertijd op de SET en <MODE knoppen. U krijgt nu toegang tot de  1e groep in de engineering parameters: F10
  • Druk op de /\ knop totdat F33 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de retransmissie uitgang)
  • Druk SET: Ao verschijnt. Hier kan worden gekozen welke interne RB parameter naar de optionele extra analoge retransmissie uitgang moet worden gestuurd:
    • 0: analoge uitgang uitgeschakeld
    • 1: gemeten waarde (PV/temperatuur), dit is de standaard waarde
    • 2: gewenste waarde (SV/temperatuur) monitor. Deze waarde is de op dat moment werkelijk gebruikte gewenste waarde (temperatuur) in de PID regelaar, dus ook tijdens een ramp up/down profielafloop met de change rate limiter parameter.
    • 3: deviatie waarde
    • 4: regeluitgang (MV1) verwarmingszijde. Dit is de PID regelaar uitgang voor de verwarming. Gebruik deze instelling voor het modulatie signaal voor een branderbesturing.
    • 5: regeluitgang (MV2) koelzijde. Dit is de PID regelaar uitgang voor de koeling.
    • 6: gewenste waarde (SV/temperatuur). Dit is de eindtemperatuur die bereikt moet worden (als een profiel wordt afgelopen met de change rate limiter). Als er dus gebruik wordt gemaakt van een profielbesturing met de change rate limiter, is de uiteindelijke temperatuur in een stap die bereikt moet worden. Gebruik instelling 2 wanneer U de werkelijke actuele gewenste waarde (SV monitor/temperatuur) wilt doorsturen.
    • 7: remote setting (RS) ingang waarde
  • Druk SET om de nieuwe waarde op te slaan. Daarna verschijnen andere parameters.
  • AHS/ALS: maximale/minimale waarde voor de retransmissie uitgang. Met deze parameters kan de uitgang van de retransmissie uitgang worden begrensd op een minimum en maximum.
    • maximale waarde: standaard waarde is maximale waarde voor de meetingang (maximale temperatuur)
    • minimale waarde: standaard waarde is minimale waarde voor de meetingang (minimale temperatuur)

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de AHS/ALS instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de F parameterlijst.

Terugkeren naar het normale bediening display

Terugkeren naar het normale bediening display kan op verschillende manieren:

  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display.
  • U kan gewoon 1 minuut wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
Warmtevraag/heat-demand HD signaal voor brander modulatie

Voor een (modulerende) branderbesturing heeft U, naast dit analoge modulatie signaal, ook vaak een digitaal warmtevraag/heat-demand HD signaal nodig. Het optionele DO1 relaiscontact op de RB regelaar wordt hiervoor gebruikt.

Zie de parameter groep F41 voor het instellen van dit digitale uitgang signaal met relaiscontact DO1.

Opmerking: dit digitale uitgang signaal met het DO1 relaiscontact is optioneel en moet worden geselecteerd bij het bestellen van de FB regelaar.

Parametergroep F33 voor de konfiguratie van de extra optionele analoge retransmissie uitgang

Servorklep motor besturing / 2-punts regeling

Belangrijke opmerkingen
  • dit functieblok voor 2-punts regeling van een motorklep kan alleen gebruikt worden wanneer de regelactie is ingesteld op position proportioning PID control. Zie: parameter groep F51 configuratie van de regelactie en wijzig de 1e parameter in deze parameter groep:
    • oS control action: instellingen voor 2-punts motorklep regeling:
      • 5: position proportioning PID control (indirect/verwarmen regelactie)
      • 6: position proportioning PID control (direct/koelen regelactie)
  • positie meting met weerstand potmeter (FBR) is een optie die moet worden gekozen bij de bestelling van de FB regelaar. Als deze optie niet aanwezig is in de regelaar, worden de parameters hiervoor uitgeschakeld.
Positie proportionele PID regeling

Zie voor meer informatie: 6.12 position proportioning control in het instruction manual.

  • Een positie proportionele PID regeling converteert de waarde van de PID regelaar uitgang in signalen waarmee een motorklep kan worden bestuurd en probeert middels het regelen van de stand van de klep (doorstroming) de temperatuur te regelen.
  • Het is mogelijk om een PID regeling te realiseren met of zonder een feedback potmeter (FBR=feedback resistor) van de motorklepstand.
  • De regelactie kan worden insteld op een indirecte regelactie (verwarmen) of een directe regelactie (koelen).

Zie voor handbediening van de positie proportionele regeling hoofdstuk 6.7 auto/manual omschakeling in het instruction manual.

Als er gebruik wordt gemaakt van een feedback potmeter/weerstand (FBR)
  • Minimale/maximale limiet van de klep positie (limietwaarde van de FBR potmeter meetingang) kan worden ingesteld: zie hiervoor de parameters maximale uitgang limiet (output limiter high) en minimale uitgang limit (output limiter low)
  • Klep positie kan met de hand ingesteld worden: zie parameter manipulated output value (MV) setting in manual mode
  • Terugkoppeling afstelling is noodzakelijk: zie parameter feedback adjustment
  • De actie die ondernomen moet worden bij een afwijking van de  terugkoppeling potmeter (FBR feed back resistor) kan worden ingesteld: zie parameter action at FBR input error
  • De minimale en maximale regelaar uitgang die wordt gebruikt tijdens de autotuning (AT) kan worden ingesteld. Zie de parameters output value with AT turned on en output value with AT turned off
  • De keuze of de open- (of sluit-) zijde van de uitgangen aangestuurd moeten blijven worden bij maximale/minimale geopende positie kan worden ingesteld met de parameter action at saturated output
Als er geen gebruik wordt gemaakt van een feedback potmeter
  • Als de maximale tijd is verstreken om de motor helemaal open (of dicht) te sturen, kan een korte extra tijd hierna de aanstuur uitgang worden uitgeschakeld met de parameter integrated output limiter
  • De /\ omhoog of \/ omlaag knop worden gebruikt om handmatig de motorklep open of dicht te sturen.
  • /\ open knop (openstuur zijde):
    • wanneer de open knop wordt gedrukt, wordt de open-zijde uitgang (OUT1) continu aangestuurd
    • wanneer de open knop weer wordt losgelaten, wordt de open-zijde uitgang (OUT1) niet meer aangestuurd. De stand van de motorklep blijft op deze positie.
  • \/ dicht knop (dichtstuur zijde):
    • wanneer de dicht knop wordt gedrukt, wordt de dichtstuur-zijde uitgang (OUT2) continu aangestuurd
    • wanneer de dicht knop weer wordt losgelaten, wordt de dichtstuur-zijde uitgang (OUT2) niet meer aangestuurd. De stand van de motorklep blijft op deze positie.
Welke parameter is wel/niet aanwezig bij aansturing met/zonder feedback potmeter (FBR) meetingang
Opmerkingen
  • Geef bij de bestelling duidelijk aan dat U de 2 aanstuur uitgang optie (OUT1/OUT2) nodig heeft voor positie regeling.
  • Startup tuning (ST) kan niet worden uitgevoerd bij een positie proportionele PID regeling. Daarnaast is de parameter die de snelheid van toename/afname van de regeluitgang aansturing beperkt (change rate limiter) niet meer bruikbaar
Stappenplan voor het instellen van een positie regeling

Dit onderdeel beschrijft de speciale instellingen die moeten worden uitgevoerd voor een positie proportionele PID regeling. Ook is aangegeven welke parameters wel/niet aanwezig zijn bij het wel/niet gebruiken van een feedback potmeter (FBR) meetingang. De volgende instellingen maken deel uit van engineering mode parameters. Om deze te kunnen wijzigen moet de regelaar eerst in stop modus worden geschakeld.

Instel procedure voor een systeem MET feedback potmeter (FBR) voor de positie meetingang

Stap 1: we stellen de volgende parameters correct in bij parameter groep F51:

  • regelactie voor de PID regelaar instellen op een indirecte (verwarmen) positie proportionele PID regeling of een directe (koelen) positie proportionele PID regeling
  • regelaar uitgang (MV) als de regelaar in stop modus is geschakeld
  • maximale/minimale uitgang signalen voor de klep servomotor regeling.
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar zich in running mode (rUn op display) bevindt, moet U op de /\ drukken om deze in stop mode te zetten. Nu zal SToP verschijnen op het display.
  • Druk langer dan 2 seconden tegelijkertijd op de SET en <MODE knoppen. U krijgt nu toegang tot de  1e groep in de engineering parameters: F10
  • Druk op de /\ knop totdat F51 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de regelactie)
  • Druk SET: oS control action verschijnt, met deze parameter kan de regelactie worden ingesteld op direct voor een koelproces, of indirect voor een verwarmingproces. Er zijn ook meer verfijnde instellingen voor een beter regelgedrag in specifieke situaties (optioneel: moet gekozen worden bij het bestellen van de FB regelaar), parameter 5 en 6 zijn voor de positie proportionele regelactie, kies de juiste parameter voor Uw proces:
    • 5: positionering PID regelactie (indirect/verwarming regelactie) voor 2-punts motorklep regeling.
    • 6: positionering PID regelactie (direct/koeling regelactie) voor 2-punts motorklep regeling. 
  • Druk SET om de nieuwe waarde op te slaan. Daarna verschijnen andere parameters.
  • Blijf op SET drukken totdat de parameter rAV1 verschijnt
  • rAV1: waarde van de regeluitgang (MV1) als de regelaar in stop staat. Standaard waarde is -5.0% . Hier kunt U de servoklep positie instellen wanneer de PID regelaar zich in stop modus bevindt.
  • Blijf op SET drukken totdat de parameter oLH verschijnt
  • oLH/oLL: maximale/minimale begrenzing van de regeluitgang (MV1): Deze waarde limiteert de regeluitgang 1 (MV1) op een maximale waarde, dit is de maximale positie van de servoklep (standaard waarde 105.0%) of minimale waarde, dit is de minimale positie van de servoklep (standaard waarde -5.0%)

Blijf op SET drukken totdat het display de start van de F parameterlijst weergeeft. Kies nu parameter groep F52.

Stap 2: we stellen de volgende parameters correct in bij parameter groep F52:

  • maximale regelaar uitgang (MV) tijdens autotuning (AT): parameter control output value with autotuning (AT) on
  • minimale regelaar uitgang (MV) tijdens autotuning (AT): parameter control output value with autotuning (AT) off
  • Druk op de /\ knop totdat F52 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de autotuning)
  • Druk SET: ATb AT bias verschijnt.
  • Blijf op SET drukken totdat de parameter ATon verschijnt
  • ATon/AToF: limiteer de regeluitgang (MV) op een maximum en minimum waarde gedurende autotuning (AT):
    • standaard waarde voor ATon (aan/maximum): 105.0% (als maximum niet begrensd is)
    • standaard waarde voor AToF (uit/minimum): -105.0% (als minimum niet begrensd is)

Blijf op SET drukken totdat het display de start van de F parameterlijst weergeeft. Kies nu parameter groep F53.

Stap 3: we stellen de volgende parameters correct in bij parameter groep F53: deze parameter groep is voor de werkelijke positie proportionele PID regeling. Voer ook de procedure uit m.b.t. de afstelling van de feedback potmeter (FBR) meetingang:

  • neutrale zone/dode band voor de openen/sluiten uitgang
  • hysterese (differential gap) voor de openen/sluiten uitgang
  • actie bij een storing op de feedback potmeter (FBR) meetingang
  • tijdinstelling voor het volledig van gesloten naar volledig geopend (of vice versa) draaien van de servomotor klep: parameter control motor time
  • aansturing van de servomotor klep met de regelaar in stop modus
  • aansturing van de servomotor klep bij volledig geopende of volledig gesloten positie: action at saturated output

Belangrijke opmerking: de instellingen moeten precies in deze volgorde, en niet anders, worden uitgevoerd!!!

  • Druk op de /\ knop totdat F53 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de positie proportionele PID regelaar)
  • Druk SET: Ydb verschijnt. Deze parameter is voor de afstelling van de neutrale zone/dode band van de open/dicht aansturing. Stel hier een band om het schakelpunt in om te voorkomen dat de aanstuurcontacten continu en onnodig staan te schakelen. Deze waarde kan worden ingesteld van 0.1 tot en met 10.0% van de regeluitgang. Standaard waarde is 2.0%
  • Druk SET, YHS verschijnt. Met deze parameter kan een hysterese (differential gap) worden ingesteld voor de open-zijde en sluit-zijde van de servomotor aansturing. Ook deze parameter is om te voorkomen dat de servomotor onnodig te vaak wordt aangestuurd. Deze waarde kan worden ingesteld van 0.1 tot en met 5.0% van de regeluitgang. Standaard waarde is 1.0%
  • Druk SET: Ybr verschijnt. Met deze parameter kan de te nemen actie worden ingesteld bij een storing op de feedback potmeter (FBR) meetingang:
    • 0: afhankelijk van de servoklep actie met regelaar in stop modus. Dit is de standaard waarde. Dus als er een storing optreedt, gaat de regelaar uitgang naar de waarde die is ingesteld voor de regelaar in stop modus. Dit is de rAV1 instelling (regelaar uitgang bij regelaar in stop, instellen in F51 zoals hierboven beschreven).
    • 1: doorgaan met de normale regelactie: de regeling gaat gewoon door als voordat de storing optrad.
  • Druk SET: PoS verschijnt. Met deze parameter kan de kalibratie van de feedback potmeter (FBR) worden ingesteld. Het is heel belangrijk om deze kalibratie pas uit te voeren nadat alle hieronder volgende parameters eerst zijn ingesteld. Daarna voeren we de kalibratie met deze parameter uit.
  • Druk SET: AoR control motor time verschijnt. Met deze parameter wordt de tijd in seconden ingesteld die de motor erover doet om van de volledig gesloten toestand naar de volledig geopende toestand te draaien (of vice versa). De parameter is instelbaar van 5 tot en met 1000 seconden, standaard waarde is 10 seconden. Opmerking: tijdens de kalibratie van de feedback potmeter (FBR) met parameter PoS wordt deze tijd automatisch berekend. Als deze berekende tijd echter korter is dan 5 seconden blijft de oude instelling gehandhaafd.
  • Druk SET: VAL verschijnt. Met deze parameter kan worden ingesteld wat de openen en sluiten aanstuurcontacten moeten doen met de regelaar in stop modus:
    • 0: sluiten aanstuur uitgang (OUT2) UIT, open aanstuur uitgang (OUT1) UIT. Dit is de standaard waarde
    • 1: sluiten aanstuur uitgang (OUT2) AAN, open aanstuur uitgang (OUT1) UIT
    • 2: sluiten aanstuur uitgang (OUT2) UIT, open aanstuur uitgang (OUT1) AAN
  • Druk SET: YASo verschijnt. Met deze parameter kan worden ingesteld wat de openen en sluiten aanstuurcontacten moeten doen als de servomotor klep volledig geopend of gesloten is:
    • 0: uitgeschakeld: de sluiten aanstuur uitgang (OUT2) of open aanstuur uitgang (OUT1) worden uitgeschakeld wanneer de positie van de servomotor klep volledig gesloten (of geopend) is. Dit is de standaard waarde.
    • 1: ingeschakeldde sluiten aanstuur uitgang (OUT2) of open aanstuur uitgang (OUT1) worden ingeschakeld wanneer de positie van de servomotor klep volledig gesloten (of geopend) is.
PoS kalibratie van de feedback potmeter (FBR) meetingang in parametergroep F53
  • Blijf op de SET knop drukken totdat de parameter PoS: terugkoppeling kalibratie verschijnt. Deze kalibratie is voor het afstellen van het draaibereik van de potmeter op een exacte 0-100.0% meetschaal voor de meetingang van de PID regelaar. Dit is om een dode band in de regeling te voorkomen.

Als de regelaar het kalibratie scherm toont moet de <MODE knop langer dan 5 seconden ingedrukt worden om de kalibratie te starten. Het scherm keert automatisch terug naar het originele scherm nadat de kalibratie is voltooid.

Opmerking: het display keert automatisch terug naar het gemeten waarde (PV)/gewenste waarde (SV) scherm (het normale bedieningsscherm) als er langer dan 1 minuten niet op een knop is gedrukt (tenzij de kalibratie procedure is gestart).

Terugkeren naar het normale bediening display

Terugkeren naar het normale bediening display kan op verschillende manieren:

  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display.
  • U kan gewoon 1 minuut wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.

Instel procedure voor een systeem ZONDER feedback potmeter (FBR) voor de positie meetingang

Stap 1: we stellen de volgende parameters correct in bij parameter groep F51:

  • regelactie voor de PID regelaar instellen op een indirecte (verwarmen) positie proportionele PID regeling of een directe (koelen) positie proportionele PID regeling
  • regelaar uitgang (MV) als de regelaar in stop modus is geschakeld
  • maximale/minimale uitgang signalen voor de klep servomotor regeling.
  • Stop de regelaar door langer dan 2 seconden op de <MODE knop te drukken
  • ARU (auto tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • STU (startup tuning) verschijnt, druk de <MODE knop
  • A-n (auto/manual) verschijnt, druk de <MODE knop
  • L-E (local/remote) verschijnt, druk de <MODE knop
  • r-S (run/stop) verschijnt. Wanneer de regelaar zich in running mode (rUn op display) bevindt, moet U op de /\ drukken om deze in stop mode te zetten. Nu zal SToP verschijnen op het display.
  • Druk langer dan 2 seconden tegelijkertijd op de SET en <MODE knoppen. U krijgt nu toegang tot de  1e groep in de engineering parameters: F10
  • Druk op de /\ knop totdat F51 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de regelactie)
  • Druk SET: oS control action verschijnt, met deze parameter kan de regelactie worden ingesteld op direct voor een koelproces, of indirect voor een verwarmingproces. Er zijn ook meer verfijnde instellingen voor een beter regelgedrag in specifieke situaties (optioneel: moet gekozen worden bij het bestellen van de FB regelaar), parameter 5 en 6 zijn voor de positie proportionele regelactie, kies de juiste parameter voor Uw proces:
    • 5: positionering PID regelactie (indirect/verwarming regelactie) voor 2-punts motorklep regeling.
    • 6: positionering PID regelactie (direct/koeling regelactie) voor 2-punts motorklep regeling. 
  • Druk SET om de nieuwe waarde op te slaan. Daarna verschijnen andere parameters.
  • Blijf op SET drukken totdat de parameter rAV1 verschijnt
  • rAV1: waarde van de regeluitgang (MV1) als de regelaar in stop staat. Standaard waarde is -5.0% . Hier kunt U de servoklep positie instellen wanneer de PID regelaar zich in stop modus bevindt.
  • Blijf op SET drukken totdat de parameter oLH verschijnt
  • oLH/oLL: maximale/minimale begrenzing van de regeluitgang (MV1): Deze waarde limiteert de regeluitgang 1 (MV1) op een maximale waarde, dit is de maximale positie van de servoklep (standaard waarde 105.0%) of minimale waarde, dit is de minimale positie van de servoklep (standaard waarde -5.0%)

Blijf op SET drukken totdat het display de start van de F parameterlijst weergeeft. Kies nu parameter groep F53.

Stap 2: we stellen de volgende parameters correct in bij parameter groep F53: deze parameter groep is voor de werkelijke positie proportionele PID regeling:

  • neutrale zone/dode band voor de openen/sluiten uitgang
  • hysterese (differential gap) voor de openen/sluiten uitgang
  • tijdinstelling voor het volledig van gesloten naar volledig geopend (of vice versa) draaien van de servomotor klep: parameter control motor time
  • maximale tijdinstelling waarna de aanstuursignalen moeten worden uitgeschakeld nadat normaliter de servomotor klep de maximale/minimale positie zou hebben bereikt. Dit is de parameter OLA integrated output limiter
  • aansturing van de servomotor klep met de regelaar in stop modus

Belangrijke opmerking: de instellingen moeten precies in deze volgorde, en niet anders, worden uitgevoerd!!!

  • Druk op de /\ knop totdat F53 verschijnt (de parametergroep voor configuratie van de positie proportionele PID regelaar)
  • Druk SET: Ydb verschijnt. Deze parameter is voor de afstelling van de neutrale zone/dode band van de open/dicht aansturing. Stel hier een band om het schakelpunt in om te voorkomen dat de aanstuurcontacten continu en onnodig staan te schakelen. Deze waarde kan worden ingesteld van 0.1 tot en met 10.0% van de regeluitgang. Standaard waarde is 2.0%
  • Druk SET, YHS verschijnt. Met deze parameter kan een hysterese (differential gap) worden ingesteld voor de open-zijde en sluit-zijde van de servomotor aansturing. Ook deze parameter is om te voorkomen dat de servomotor onnodig te vaak wordt aangestuurd. Deze waarde kan worden ingesteld van 0.1 tot en met 5.0% van de regeluitgang. Standaard waarde is 1.0%
  • Druk SET: AoR control motor time verschijnt. Met deze parameter wordt de tijd in seconden ingesteld die de motor erover doet om van de volledig gesloten toestand naar de volledig geopende toestand te draaien (of vice versa). De parameter is instelbaar van 5 tot en met 1000 seconden, standaard waarde is 10 seconden.
  • Druk SET: oLA integrated output limiter: maximale aanstuurtijd van de sevomotor klep verschijnt. Deze waarde wordt gebruikt om de aansturing van de servomotor klep uit te schakelen nadat een langere tijd is verstreken die normaliter nodig is om de servomotor klep volledig open (of dicht) te sturen. Deze waarde kan worden ingesteld tussen 0.0 tot en met 200.0% van de ingestelde AoR parameter (control motor time in seconden). De standaard waarde is 150.0% van de control motor time.

Opmerking: het wordt ten zeerste geadviseerd om in de meeste situaties een oLA instelling van 0 te gebruiken.

De tijd dat de openen of sluiten aansturing actief is wordt opgeteld, wanneer de richting van de aansturing wordt omgedraaid, wordt deze teller weer gereset.

Voorbeeld: als de aansturing wordt gestart met de volledig gesloten toestand van de servomotor klep, zal de control motor time AoR (tijd om de klep van 0% tot volledig geopend te draaien) ingesteld worden op 10 seconden. De integrated output limiter oLA is ingesteld op 100.0%. Dit resulteert in het volgende:

  • Druk SET: VAL verschijnt. Met deze parameter kan worden ingesteld wat de openen en sluiten aanstuurcontacten moeten doen met de regelaar in stop modus:
    • 0: sluiten aanstuur uitgang (OUT2) UIT, open aanstuur uitgang (OUT1) UIT. Dit is de standaard waarde
    • 1: sluiten aanstuur uitgang (OUT2) AAN, open aanstuur uitgang (OUT1) UIT
    • 2: sluiten aanstuur uitgang (OUT2) UIT, open aanstuur uitgang (OUT1) AAN

Nadat U op SET heeft gedrukt bij de VAL instelling, verschijnt weer de eerste parameter in de F parameterlijst.

Terugkeren naar het normale bediening display

Terugkeren naar het normale bediening display kan op verschillende manieren:

  • Druk tegelijkertijd op SET en <MODE om terug te keren naar het normale bediening display.
  • U kan gewoon 1 minuut wachten totdat de regelaar automatisch terugkeert naar het normale bedieningsscherm.
Instellingen voor 2-punts servomotor klep positie proportionele PID regeling met parametergroep F53

COM-KG configuratie/communicatie interface

Met de COM_KG kunt U RKC Instrument instrumenten via de USB poort aan Uw Windows PC koppelen.

Kan ook gebruikt worden als een generieke USB naar RS-485/422 interface.

Vergeet niet de juiste kabel voor Uw specifieke RKC Instrument apparatuur te specificeren bij het bestellen. Zie meer informatie voor details.

Brochure COM_KG
Instruction manual COM_KG